Met de huidige temperaturen (het is juni en de thermometer tikt gemakkelijk 30 graden aan) zoek je snel de schaduw op. In de psychologie is het juist andersom: daar waar het ‘te heet’ wordt, laat jouw schaduw zich zien. Ik heb dat zelf meegemaakt in een organisatie waar een zogenaamde angstcultuur heerste. Dat woord bestond indertijd nog niet, maar ik had het zo maar zelf kunnen bedenken.
Eén keer in de week was er MT-overleg. Ik schoof daar geregeld bij aan als organisatieadviseur. De directeur voerde het woord en beheerde de agenda. De bijgevoegde stukken waren door haar met een rode pen behandeld en het betreffende MT-lid kreeg venijnig te horen wat er niet aan deugde. De open vraag naar alternatieven, bleek geen open vraag te zijn. Er was maar één persoon die het goed zag en wist wat er moest gebeuren. Dat sijpelde vervolgens door in de organisatie. Managers reageerden hun frustratie af op medewerkers door bijvoorbeeld hetzelfde gedrag te vertonen. Uiteindelijk probeerden alle managers de directeur te pleasen. Als je namelijk in lijn met haar dacht, kreeg je wel eens een compliment.
Het effect op mij was dat ik steeds een beetje verder verwijderd raakte van mezelf. Waar ik mezelf eerder uitsprak, hield ik me stil. Als ik onder het MT uit kon komen, deed ik dat. Ik treuzelde en ‘vergat’ wel eens wat. Het omgekeerde gebeurde ook: taken die ik voorheen overliet aan anderen, ging ik zelf doen. Zo heb ik me op een gegeven moment verloren in een fte-overzicht. Twee afdelingen werden samengevoegd en daar hoorde een helder lijstje van functies en uren bij. Ik puzzelde er eindeloos op en kwam er niet uit. Telkens begon ik weer opnieuw met nieuwe informatie of rekenmethode. Ik liet het niet meer los en ook niet over aan de HR-adviseur, waar het eigenlijk hoorde.
Je schaduw wordt zichtbaar als je jezelf niet meer herkent.
Stilvallen, verschuilen, opsluiten met werk dat mij niet toebehoorde. Ik was mezelf niet meer en het duurde een tijdje voordat ik dat echt doorhad. Ik probeerde mezelf dagelijks te motiveren, maar op een gegeven moment moest ik erkennen dat degene die met plezier werkte, gewoon niet meer naar kantoor ging. Degene die onzeker was en onzichtbaar probeerde te zijn, zij ging naar kantoor. Wat ik al die tijd bij anderen veroordeelde – gebrek aan eigenaarschap, niet reageren, ontwijken – deed ik nu zelf. Mijn schaduwkant nam het over.
Het was een verwarrende tijd die ik interpreteerde als een gevaar voor burn-out. Dát wilde ik niet nog een keer meemaken en daarom besloot ik mijn baan op te zeggen. Ik zal niet zeggen dat ik met de kennis van nu een ander besluit had genomen. In tegendeel, ik vind het nog steeds een wijs besluit. Ik veerde toen binnen enkele dagen terug, maar zei dingen als ‘zo wil ik me nooit meer voelen’ of ‘zoals ik deed, zo ben ik echt niet’. Die kant van mezelf wilde ik toen niet zien, niet erkennen en al helemaal niet belichten. Terwijl, ik was het toch echt zelf die zich zo gedroeg en zich zo voelde. Voor dat deel in mij is het naar dat zij er niet mocht zijn, dat ik haar afwees en diep wegstopte. Want zij leeft óók in mij, zo zie en ervaar ik het nu. Het is een deel van mij dat er niet vaak is, maar als ze er is, schrik ik er niet meer van en hoef ik haar ook niet te ontkennen. Dat maakt het een stuk rustiger en minder verwarrend.



